1.    Inleiding

Met de Wet Kinderopvang die per januari 2005 is ingegaan, worden er diverse kwaliteitseisen gesteld aan gastouderopvang. Het werken met een pedagogisch beleidsplan en kwaliteitsrichtlijnen is één van die eisen. In dit plan staan de uitgangspunten bij de opvoeding van de kinderen, en staat de omgang met de kinderen beschreven. Ouders/verzorgers en gastouders kunnen op dit plan terugvallen. Want het allerbelangrijkst is dat een gastkind met plezier in een veilige en vertrouwde omgeving kan opgroeien.

Vooral tijdens de eerste drie jaren van het leven is het voor kinderen essentieel te beschikken over een beperkt aantal vertrouwde opvoeders. Door zijn kleinschaligheid past gastouderopvang bij deze behoefte. De opvang voelt voor kinderen natuurlijk aan en draagt zo positief bij aan de ontwikkeling van gehechtheid en zelfvertrouwen.

Regels en gewoonten bieden kinderen veiligheid. Het ritme van een gezin wordt veelal bepaald door de kinderen. Baby’s krijgen om de paar uur hun voeding, peuters doen ’s middags een slaapje en schoolgaande kinderen worden op vaste tijden gebracht en weer opgehaald. De voorspelbaarheid van het ritme biedt opgroeiende kinderen veiligheid. In de gastouderopvang vindt men dit gezinsritme terug. Door de kleinschaligheid wordt er, net als in een gezin, rekening gehouden met de ontwikkeling en aanleg van het afzonderlijke kind.

In de kinderopvang speelt vertrouwen een grote rol. Ouders vertrouwen de gastouders immers hun allerliefste bezit toe. Zij moeten de zekerheid hebben dat hun kind tijdens hun afwezigheid een veilige opvang en een verantwoorde opvoeding wordt geboden. Gastouderbureau (Gastouderbureau) Het kleurtje vindt het pedagogisch beleidsplan onontbeerlijk om ouders die zekerheid te bieden. Door gastouders te toetsen op de naleving van het pedagogisch beleidsplan houden we de kwaliteit van de opvang op peil. Waar nodig worden gastouders begeleid in het werken volgens de kwaliteitsrichtlijnen. Het pedagogisch beleidsplan en de kwaliteitsrichtlijnen van Gastouderbureau Het kleurtje moeten zo de kwaliteit van de opvang waarborgen.

Naast instrument voor kwaliteitswaarborg is dit pedagogisch beleidsplan ook een stuk dat dwingt tot nadenken over doelen en middelen van aanvullende gezinsopvoeding. Het pedagogisch beleidsplan laat zien waar ouders op kunnen rekenen als zij hun kind in handen geven van een gastouder. Tegelijkertijd wil het de gastouder en de vraagouder stimuleren om ideeën rond opvang, opgroeien en ontwikkeling uit te wisselen. Zo vormt het plan een goed uitgangspunt voor een onderling gesprek. Tot slot zorgt het pedagogisch beleidsplan ervoor dat ouders het gastouderbureau en de gastouder kunnen aanspreken op haar beloften.

2.    Pedagogische basiscompetenties

Gastouderbureau Het kleurtje kent als uitgangspunt voor haar beleidsplan vier basiscompetenties:

  1. Emotionele veiligheid
  2. Sociale competentie
  3. Persoonlijke competentie
  4. Overdracht normen en waarden

Hieronder vindt u de uitwerking van deze basiscompetenties.

2.1    Emotionele veiligheid

Een gastkind moet zich veilig en geborgen voelen om zich in overeenkomst met zijn aanleg en karakter te kunnen ontwikkelen. Het kind moet voelen dat het kan rekenen op de opvoeders, dat zij hem accepteren zoals hij is en steunen waar mogelijk.

Voor het bieden van emotionele veiligheid moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden, zoals duidelijkheid, acceptatie, intimiteit en verzorging. Het gastkind moet zich op zijn gemak voelen bij de gastouder en hij moet een eigen plekje krijgen binnen het gastgezin. Het kan een tijdje duren voor een kind de nieuwe situatie en de gastouder vertrouwt. De gastouder neemt hier ook de tijd voor en zorgt dat gastouder en gastkind elkaar rustig kunnen leren kennen. Het kind geeft daarbij het tempo aan. Ga als vraagouder bijvoorbeeld eerst een paar keer met uw kind op bezoek bij de gastouder, en blijf er de eerste paar keer bij. Gastouders evalueren en spreken regelmatig met de vraagouders over de behoefte en de ontwikkeling van het gastkind en stemmen hun handelingswijzen met elkaar af.

Duidelijkheid:

De gastouder biedt structuur om de gastkinderen tijdens de opvang houvast te bieden. Zo zorgt de gastouder ervoor dat het kind zich veilig voelt. De dag verloopt volgens een vast ritme. Zo wordt er bijvoorbeeld op vaste tijden gegeten en geslapen. Ook het gebruik van vaste rituelen biedt kinderen structuur. Het zingen van een liedje voor het slapengaan is een voorbeeld van een dergelijk ritueel. Waar mogelijk is het dagritme tijdens de opvang hetzelfde als in de thuissituatie.

Gastouders blijven consequent en handelen op een herkenbare en duidelijke manier in een bepaalde situatie. Dus wanneer de gastouder een kind belooft dat ze na het eten samen een boekje gaan lezen, houdt de gastouder zich aan deze belofte. Gastouders doen geen beloftes die ze niet kunnen houden. Ook met het stellen van grenzen en het stellen van regels biedt de gastouder veiligheid. Teveel vrijheid en te weinig structuur kan bij het gastkind juist zorgen voor een gevoel van onveiligheid.

Acceptatie:

Het gastkind moet zich tijdens de opvang vrij voelen om zijn emoties, zoals verdriet, boosheid en blijdschap, aan de gastouder te tonen en met de gastouder te delen. Hierin voelt het kind zich niet anders dan in zijn eigen huiselijke omgeving. Basis is het ontwikkelen van een stabiele vertrouwensrelatie tussen gastkind en gastouder, maar ook tussen de vraag- en gastouder. Ieder kind is anders en ieder kind mag er zijn. De gastouder zorgt ervoor dat ieder kind zich welkom voelt.

Intimiteit:

De gastouder neemt het kind en zijn emoties en gevoelens serieus. Ze steunt het kind en biedt warmte en geborgenheid. Ze ondersteunt het kind bij het verwerken van gevoelens en begeleidt het kind bij emoties zoals verdriet, boosheid, angst en vreugde. De gastouder probeert zich in te leven in de leefwereld van het kind en probeert de wereld te begrijpen zoals een kind dat doet. Gebeurtenissen die voor een volwassene heel begrijpelijk zijn, kunnen voor een kind juist heel ingrijpend zijn. Zo kan een nieuwe omgeving voor een klein kind eng zijn. En een gepland uitje dat door omstandigheden niet door kan gaan een groot drama.

Verzorging:

Het huis waarin de opvang plaatsvindt, is zodanig ingericht dat er voldoende ruimte en rust is voor het slapen, verschonen, eten en spelen. De inrichting is tevens afgestemd op het aantal op te vangen kinderen en hun leeftijd. Er staan geschikte tafels en stoelen voor de verschillende activiteiten van de kinderen, afgestemd. In het bed en het slaapvertrek kunnen de kinderen goed slapen. Ieder kind heeft een eigen bed of schoon beddengoed ter beschikking. Zo is het er rustig, voldoende verduisterd en is het bed en het deken groot genoeg. De slaap- en activiteitenruimte zijn van elkaar gescheiden. Ze zijn voldoende geventileerd en verwarmd.

De opvangruimtes zijn zo ingericht dat wordt voorkomen dat kinderen gevaarlijke handelingen kunnen uitvoeren en gevaarlijke stoffen en objecten kunnen bereiken. Zo worden bijvoorbeeld het messenblok en het bleekwater te allen tijde buiten het bereik van de kinderen bewaard, zelfs als de gastouder ervan uitgaat dat er continu toezicht wordt gehouden. Ook zijn de opvangruimtes opgeruimd en worden ze tijdens de opvanguren uitsluitend voor de opvang gebruikt. Tijdens de opvanguren zijn er hier ook geen andere personen aanwezig. Anders dient dit overlegt te worden met de ouders. Huisdieren worden alleen in de omgeving van de gastkinderen toegelaten indien de vraagouders daar toestemming voor hebben gegeven. De gastouder houdt voortdurend toezicht als huisdieren en kinderen in één ruimte zijn.

De wasgelegenheid en het toilet zijn aan de leeftijd en lengte van de kinderen aangepast.

De ruimte waar de kinderen verblijven, ook de buitenruimte, voldoet aan de gangbare normen van hygiëne.

Tot slot heeft het gastkind recht op voldoende en verantwoorde voeding en drinken, rust, lichamelijke verschoning, beweging en frisse lucht. Een kind voelt zich prettig en veilig, wanneer ritme en gewoonten in de verzorging thuis en bij de gastouders goed op elkaar zijn afgestemd. Vraagouders en gastouders maken daarom afspraken met elkaar over allerlei onderdelen van de verzorging, zoals:

  1. Voeding: Hoe vaak, welke voeding?
  2. Zindelijkheid: Hoe vaak verschonen, wanneer begint de zindelijkheidstraining?
  3. Slapen en rust: Waar, wanneer en hoe lang, welk slaapritueel, welk bed?
  4. Ziekte: Wat doet de gastouder als het kind ziek wordt?
  5. Hygiëne: Bijvoorbeeld: handen wassen, speelgoed schoon houden, vermijden contact met ontlasting/urine, afdekken blaasjes/wondjes, gebruiken schoon washandje, gepaste en reservekleding, neus snuiten, tandenpoetsen.

Gastouders worden eens per jaar door Gastouderbureau Het kleurtje gecontroleerd op de naleving van de regels voor veiligheid, gezondheid en hygiëne. De eisen aan de opvanglocatie worden jaarlijks in de opvangwoning getoetst door de houder en/of de bemiddelingsmedewerkster.

Taken van de gastouder op het gebied van emotionele veiligheid:

  1. Het onmiddellijk informeren van de vraagouders als hun kind afwijkend gedrag vertoont of wanneer er aanwijzingen zijn van ziekte.
  2. Het voldoen aan specifieke zorg- en begeleidingseisen die vraagouders hebben, bijvoorbeeld om medische redenen.
  3. Het regelmatig doorspreken en evalueren van de veiligheid en hygiëne met de vraagouders.
  4. Het waarderen van het kind zoals het is en deze waardering uiten. De gastouder neemt het kind en zijn emoties en gevoelens serieus en leeft zich in in het kind. Daarbij benoemt ze wat ze ziet: “Ik zie dat je boos bent, klopt dit? Zullen we er samen over praten om te kijken of we een oplossing kunnen vinden?”
  5. Het consequent gebruiken van belonen en straffen volgens afspraak met de vraagouders. Gastouders geven geen lichamelijke straf.
  6. Het consequent handelen op een herkenbare en duidelijke manier in een bepaalde situatie. De gastouder zorgt voor een vast dagritme. Dat betekent niet dat de dagen allemaal hetzelfde verlopen. Maar bijvoorbeeld wel dat er dagelijks op ongeveer dezelfde tijd wordt gegeten en gerust.
  7. Het ondersteunen van het kind bij het verwerken van gevoelens. De gastouder geeft het kind de kans deze gevoelens te uiten en neemt het kind serieus. Ze begeleidt het kind bij emoties zoals verdriet, boosheid, angst en vreugde. Ze creëert een vertrouwde opvangomgeving.
  8. Het steunen van het kind en het bieden warmte en geborgenheid. De gastouder laat het kind zichzelf zijn en zorgt ervoor dat het kind zich op zijn gemak voelt en zijn emoties kan en mag tonen.
  9. Het regelmatig evalueren en spreken met de vraagouders over de behoeftes en ontwikkeling van het gastkind en het met elkaar afstemmen van de handelingswijze.

2.2    Sociale competentie

Kinderen zijn sociaal competent als ze in een groep goed kunnen functioneren en als ze hun sociale vaardigheden goed ontwikkelen. Een gastouder leert het gastkind spelenderwijs hierin zijn weg vinden. Zo leert het kind de aandacht van de gastouder te delen of op zijn beurt te wachten als er andere (gast)kinderen aanwezig zijn in het gastgezin. Hij leert rekening te houden met anderen en samen te delen. Hij kan samen spelen en samenwerken, samen ruziemaken en weer vrede sluiten. Hij leert contact te maken met en zich in te leven in andere kinderen en volwassenen. Hij leert om te gaan met winnen en verliezen, en het incasseren van tegenslagen. Het kind leert zich aan te passen aan de andere omgeving met andere regels.

Taken van gastouders op het gebied van sociale competentie:

  1. Het stimuleren van een positieve groepssfeer en het aanmoedigen van kinderen om samen te spelen en samen te delen. Niet alleen materiaal als speelgoed en boeken, maar ook het delen van emoties als plezier en verdriet wordt aangemoedigd. Bijvoorbeeld door elke dag samen spelletjes te doen, onder begeleiding van de gastouder.

Voor jonge kinderen geldt hierbij wel dat de groep niet te groot moet zijn. Jonge kinderen kunnen zich namelijk nog niet zo goed verplaatsen in een ander. Oudere kinderen kunnen dat al beter. Als blijkt dat het samen spelen moeizaam gaat, is het kind er meestal nog niet aan toe. De gastouder respecteert dit.

  1. Het aanbieden van een evenwichtig programma van groepsactiviteiten en individuele activiteiten. Bij groepsactiviteiten kunt u denken aan groepsspelletjes en bordspelletjes, maar ook aan samen kleuren of tekenen. Omdat ieder kind af en toe behoefte heeft om iets alleen te doen, worden de groepsactiviteiten afgewisseld met voldoende individuele activiteiten. Deze activiteiten sluiten aan bij de interesse van het kind. De één houdt van lezen, de ander van kleuren of muziek luisteren.
  2. Het leren over “geven en nemen” en conflicten oplossen. Wanneer er zich een conflict tusssen twee kinderen voordoet bemiddelt de gastouder hierin. Daarbij probeert de gastouder zich zoveel mogelijk onpartijdig op te stellen en probeert zij zich in de kinderen in te leven. De kinderen mogen best even boos zijn. Kinderen die elkaar uit boosheid proberen pijn te doen worden eerst even uit elkaar gezet. Daarna wordt het conflict zo zelfstandig mogelijk door de kinderen opgelost. Daarbij houdt de gastouder toezicht en geeft ze begeleiding. Jonge kinderen zullen meer begeleiding nodig hebben dan oudere kinderen.
  3. Het leren aan kinderen zich in anderen in te leven en begrip voor hen te hebben. Vanaf ongeveer vier jaar kunnen kinderen zich steeds beter verplaatsen in iemand anders. Dat leren kinderen door in contact te komen met anderen. Daarin speelt de gastouder een actieve rol door in dagelijkse situaties vragen te stellen als “Hoe voelt … zich?” en “Hoe weet je dat?” of “Waar zie je dat aan?” Ook “Hoe zou jij je in die situatie voelen?” is een goede vraag om kinderen zich in de ander te laten verplaatsen.
  4. Het leren aan kinderen dat iedereen anders is, en dat iedereen mag zijn zoals hij is. Zodra een kind zich bezig gaat houden met anderen, gaat hij ook verschillen tussen mensen zien. Dit wordt door een kind vaak letterlijk benoemd. Bij jonge kinderen kan dit onderwerp besproken worden door verhaaltjes met plaatjes in voorleesboeken. Heeft Tom dezelfde kleur haar als Hans? Wie heeft er nog meer een andere haarkleur? Bij oudere kinderen kan dit vaak al in een gesprek aan bod komen. Wanneer ben je anders? Is anders zijn goed of fout? Zijn we allemaal niet een beetje anders?

2.3    Persoonlijke competentie

Persoonlijke competentie betekent voor Gastouderbureau Het kleurtje dat een kind, met de hulp van vowassenen, zich steeds vaardigheden eigenmaakt en zich zo goed ontwikkelt. Als een kind een goede ontwikkeling doormaakt, dan beheerst het kind de vaardigheden die bij zijn leeftijd passen. Het kind heeft zelfvertrouwen en durft zichzelf te zijn. Het kind neemt initiatieven en lost problemen zelf op. Om een goede ontwikkeling te stimuleren biedt de gastouder voldoende activiteiten aan die passen bij de leeftijd, aard en ontwikkeling van het gastkind.

Ieder kind ontwikkelt zich in een eigen tempo. Het ene kind zal zich op het ene gebied wat sneller en beter ontwikkelen dan op een ander gebied. Dat maakt ieder kind uniek en bijzonder. Er wordt onderscheid gemaakt in verschillende ontwikkelingsgebieden:

  1. Lichamelijke ontwikkeling.
  2. Sociaal-emotionele ontwikkeling.
  3. Verstandelijke ontwikkeling.
  4. Creatieve ontwikkeling.
  5. Taalontwikkeling.
  6. Ontwikkeling van identiteit en zelfredzaamheid.

De gastouder begeleidt, volgt en stimuleert het gastkind in zijn ontwikkeling en houdt de ouders/verzorgers op de hoogte van deze ontwikkelingen. Indien nodig of wenselijk, kan in overleg met de ouders aan sommige zaken meer of speciale aandacht besteed worden.

Hieronder wordt eerst ingegaan op de verschillende ontwikkelingsgebieden voor kinderen tot vier jaar. Vervolgens worden de ontwikkelingsgebieden besproken voor kinderen van vier tot dertien jaar.

2.3a  De ontwikkelingsgebieden voor kinderen tot vier jaar

De lichamelijke ontwikkeling

De lichamelijke ontwikkeling begint al op een heel jonge leeftijd. Baby’s leren al snel om naar iets te grijpen, ze leren te rollen en kruipen. Als ze wat ouder worden leren ze lopen. Zo maken ze een hele ontwikkeling door. Om zich lichamelijk te ontwikkelen hebben kinderen ruimte nodig. De ruimte waarin de kinderen worden opgevangen dient dan ook zo te zijn ingericht dat het de kinderen uitnodigt om te gaan spelen. Baby’s kunnen spelen in de box of op een rustig plekje op de grond.

De wat oudere kinderen spelen graag op de grond. Zij willen de omgeving ontdekken door te kruipen of te lopen. In de peuterleeftijd wordt de ontwikkeling van de fijne motoriek belangrijker. Peuters kunnen spelen met bouwstenen, puzzelen, knutselen enzovoort. De peuterleeftijd leent zich ook al heel goed om gerichte activiteiten aan te bieden. De gastouder kan zo bepaalde ontwikkelingen stimuleren. Ook buitenspelen is in de peuterleeftijd heel belangrijk. Peuters hebben veel energie. Buiten kunnen ze die energie uiten, ze kunnen er lekker rennen, fietsen en ravotten.

De sociaal-emotionele ontwikkeling

Bij de sociaal-emotionele ontwikkeling speelt de benadering van de gastouder een belangrijke rol. Zij zorgt ervoor dat een kind zich veilig voelt, wat de basis vormt voor een goede persoonlijkheidsontwikkeling. Wij vinden het belangrijk dat een kind voldoende aandacht en warmte krijgt. De gastouder kan zeer individueel contact bieden aan de kinderen. Op jonge leeftijd is dat vaak tijdens de verzorging. Lichamelijk contact is daarbij belangrijk. Als een kind verschoond wordt, dan wordt er tegen het kind gepraat op een zachte en rustgevende manier. Het kind zit regelmatig op schoot. Als het huilt wordt het kind getroost. Dit geldt natuurlijk ook voor de wat oudere kinderen. De kinderen worden begeleid in hun innerlijke proces. De gastouder probeert de emoties van het kind te verwoorden en toont begrip. Ook wordt het kind beloond om het gevoel van eigenwaarde te vergroten.

De verstandelijke ontwikkeling

Jonge kinderen denken vanuit zichzelf. Ze hebben nog geen inlevingsvermogen en ze hebben een zeer beperkt concentratievermogen. Ook hun gewetensvermogen is nog uiterst beperkt. Bovendien kunnen ze nog niet zo goed onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid. Bij het aanbieden van activiteiten en materialen dient daar rekening mee gehouden te worden. Tijdens het spel houdt de gastouder toezicht. Zij is degene die de grenzen aangeeft en ingrijpt als zij het nodig acht. Zij is in staat om de kinderen, als het nodig is, te sturen en een positieve wending aan het gebeuren te geven.

De creatieve ontwikkeling

Creatief spel en speelgoed hebben een eigen functie. Het voornaamste doel is dat het kind lekker bezig kan zijn met verschillende materialen. Het eindresultaat doet er niet toe; alles wat het kind maakt is mooi. Creatief spel stimuleert de fantasie en vormt een manier om emoties en gevoelens te uiten.

De taalontwikkeling

Tijdens de eerste vier jaar maken de kinderen een snelle ontwikkeling door op het gebied van de taal. Van het maken van de eerste prille geluidjes tot het zeggen van hele zinnen. De omgeving van het kind is daarbij van groot belang. Wij hechten er dan ook bijzonder aan dat gastouders goed communicatief zijn onderlegd en de Nederlandse taal goed beheersen. De gastouder wordt verondersteld veel aandacht te besteden aan de verbale communicatie. Dit kan zowel individueel als in groep wanneer er meerdere kinderen in het gastgezin aanwezig zijn of wanneer kinderen komen spelen. Kinderen leren namelijk ook veel van elkaar. Om ook met meerdere kinderen in huis een prettige sfeer te bewaren kunt u bijvoorbeeld samen zingen of voorlezen. Taal kan worden gezien als hulpmiddel bij de andere ontwikkelingen.

De ontwikkeling van identiteit en zelfredzaamheid

Gastouderbureau Het kleurtje hecht veel waarde aan een goede sfeer in de opvangsituatie. De gastouder toont begrip voor de emoties van het kind. Ieder kind verdient aandacht en respect. Het kind heeft een belangrijke plaats binnen het gastgezin en voelt zich daardoor gewaardeerd. De gastouder begeleidt het kind in zijn ontwikkelingen en helpt zo zijn gevoelens een plaats te geven. De gastouder ondersteunt het kind in zijn ontwikkeling naar zelfstandigheid zonder daarin de eigenheid van het kind aan te tasten. Het kind geeft zelf aan wanneer het ergens aan toe is.

2.3b  De ontwikkelingsgebieden voor kinderen van vier tot dertien jaar

In de leeftijd van vier tot dertien jaar maken kinderen een veel minder snelle en zichtbare ontwikkeling door. Toch gaan ook in die leeftijd de ontwikkelingen gewoon verder. Als de kinderen vier jaar zijn, gaan ze naar school. Op school leren de kinderen veel. Daar worden de ontwikkeling bewust gestimuleerd. Thuis of bij het gastgezin moet een kind zich juist kunnen ontspannen. Wij vinden het daarom belangrijk dat er een huiselijke sfeer is. Na schooltijd moet een kind zich kunnen ontspannen. Wij vinden het daarom belangrijk dat er een huiselijke sfeer is. Na schooltijd moet een kind zijn verhaal kwijt kunnen. Er wordt gezamenlijk wat gedronken en daarna wordt er lekker gespeeld. Het kind mag zelf kiezen wat het wil doen. De nadruk wordt gelegd op plezier hebben. Ook vriendjes en vriendinnetjes zijn na overleg van harte welkom. De gastouder houdt het welzijn van het kind in de gaten en begeleiden de kinderen waar nodig. Naarmate de leeftijd vordert wordt de verbale communicatie steeds belangrijker. Ieder kind verdient respect, niet alleen van de gastouder, maar ook van andere kinderen. Het groepsproces (broertjes, zusjes en andere kinderen die komen spelen) wordt door de gastouder goed in de gaten gehouden. Materialen en activiteiten zijn afgestemd op de leeftijd en behoeften van de kinderen. De gastouder is in staat in te springen op die behoeftes en hun creativiteit daarbij te gebruiken. Het kind gaat met plezier naar het gastgezin en is blij de gastouder weer te zien.

 

Taken van gastouders op het gebied van persoonlijke competentie:

  1. Het stimuleren het kind tot een actieve en zelfstandige houding in overeenstemming met de leeftijd. Dit doet de gastouders door het aanbieden van verschillende activiteiten, die ook ruimte voor eigen invulling door het kind open laten en verschillende ontwikkelingsniveaus ondersteunen. Daarbij laat de gastouder het kind zelf kiezen, maar zorgt ze ervoor dat het kind leert af te wisselen. Zo wordt een kind dat alleen maar wil lezen door de gastouder gestimuleerd ook eens buiten te gaan spelen.
  2. Het ondersteunen van de ontwikkeling van zelfvertrouwen. Een kind ontwikkelt zelfvertrouwen door zoveel mogelijk zelf te doen. De gastouder begeleidt het kind daarbij en waardeert de resultaten met het kind. Ze geeft het kind complimenten wanneer het iets gedaan of gemaakt heeft. Ze creëert mogelijkheden voor het kind om iets te leren en is niet bang dat het misgaat. Want kinderen leren juist heel veel van fouten en de volgende keer zullen ze het dan anders aanpakken. Daarom respecteren ze de persoonlijke aanpak van activiteiten door het kind.
  3. Het begeleiden van het kind bij het aangaan van relaties met anderen. Gastouders leren het kind om rekening te houden met anderen. Ze leren het kind te delen met anderen en andermans grenzen te accepteren. Ze leren het kind om voor zichzelf op te komen en om zijn behoeften op een goede manier aan anderen duidelijk te maken. Verder leren ze het kind om te gaan met vijandigheid tussen kinderen, de reden voor de vijandigheid te vinden en op te lossen afhankelijk van de situatie en de leeftijd van de kinderen.
  4. Het zorgen voor een uitdagende omgeving die tegemoet komt aan het verlangen van kinderen om op verkenning te gaan, nieuwe dingen te ontdekken en zich de wereld eigen te maken.
  5. Het zorgen voor afwisseling van rustige en meer actieve activiteiten en voor voldoende gevarieerd spelmateriaal. Zo leren kinderen spelenderwijs de grenzen van hun eigen “kennen en kunnen” te ontdekken, te ervaren en te verleggen en daarvan te leren.
  6. Het besteden van aandacht aan de ontwikkeling van de motoriek, de spraak- en taalontwikkeling, de verstandelijke ontwikkeling en de creativiteit. Hierbij horen voorlezen, samen lezen en het benoemen van plaatjes of voorwerpen. Voor het ontwikkelen van de fijne motoriek wordt er geprikt op een prikplaat of gekleurd met stoepkrijt, waskrijt en potlood. Voor de grove motoriek is voldoende beweging belangrijk, zoals staan, lopen, zitten en klimmen.
  7. Het helpen van kinderen om hun zelfvertrouwen te ontwikkelen, door hen te stimuleren, waarderen en te complimenteren.
  8. Het aanmoedigen van kinderen om nieuwe interesses en hobby’s te ontwikkelen. Door afwisselend materiaal te gebruiken of door afwisselende activiteiten te ondernemen ontdekt het kind de wereld maar tegelijkertijd ook zijn interesses.
  9. Het stimuleren van gezond en veilig gedrag. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het handen wassen na toiletbezoek, aan beweging in de buitenlucht, aan het leren kijken voordat je de straat oversteekt en aan het eten van groente en fruit.

 

2.4    Overdracht van normen en waarden

Kinderen weten van nature niet wat wel en niet kan in de omgang met anderen. Zij hebben hierbij hulp nodig van een volwassene. Gastouders spelen hierin een rol door zelf het goede voorbeeld te geven. Hierdoor leren kinderen om te gaan met regels die in verschillende situaties gelden. Thuis gelden bijvoorbeeld andere regels dan op school of bij opa en oma. Niet alleen de gastouder draagt normen en waarden over, ook de andere kinderen, met name leeftijdsgenootjes, spelen hierbij een grote rol. Vaak zorgt een bepaalde situatie, zoals ruziemaken, ervoor dat er gepraat wordt over wat er wel en niet hoort. Dit gesprek gebeurt onder begeleiding van de gastouder. In zulke gesprekken leert het kind dat niet iedereen hetzelfde denkt. Ook leert het kind in dit soort gesprekken wat wél en juist niet hoort.

Naast omgangsregels, wat wél en niet hoort, krijgt een kind ook te maken met normen en waarden die te maken hebben met religie. Op school zullen er bijvoorbeeld kinderen zijn met een ander geloof. Hierbij horen soms ook andere normen en waarden. Een volwassene kan een kind leren met deze verschillen om te gaan en kan leren dat andere normen en waarden niet als goed of fout beoordeeld kunnen worden.

Belangrijke normen en waarden van de vraagouders en de gastouders moeten op elkaar zijn afgestemd. Het is belangrijk elkaars opvattingen goed te kennen, en te bespreken hoe ermee zal worden omgegaan.

Taken van gastouders op het gebied van de overdracht van normen en waarden:

  1. Het steeds duidelijk uitdragen van dezelfde normen en waarden. De gastouder reageert consequent en op dezelfde manier in gelijksoortige situaties.
  2. Het belonen gewenst gedrag. De gastouder geeft een complimentje of een aai over de bol. Of een mooie sticker in het heen en weer boekje. Daarbij benoemt ze wat het kind goed gedaan heeft.

 

Ziet de volgende normen en waarden als meest belangrijk:

  • Eerlijk zijn.
  • Afspraken nakomen.
  • Respect voor anderen.
  • Ieder mens is gelijk.
  • Anderen geen pijn doen (niet slaan, niet pesten).
  1. Het aandacht besteden aan rituele uiting van normen en waarden, zoals aan officiële en religieuze feestdagen, in afspraak met de ouders. Ook besteedt de gastouder aandacht aan persoonlijke feestdagen van het kind, zoals de verjaardag. Daarmee laat zij haar waardering voor het kind zien.
  2. Het kinderen leren openstaan en respecteren voor gewoonten en rituelen van andere (sub)culturen. De gastouder stimuleert het kind om gewoonten uit andere culturen te verkennen door middel van bijvoorbeeld boeken, liedjes, spelletjes, gerechten en feesten.
  3. Het kinderen leren wanneer ze grenzen overschrijden en wat mag en niet mag. De gastouder bewaakt die grenzen.
  4. Het met vraagouders evalueren en bespreken van normen en waarden

3.    Eisen locatie, groepssamenstelling en aantal kinderen

Groepssamenstelling en aantal kinderen:

  1. De gastouder vangt maximaal zes kinderen tot 13 jaar op. Daarbij worden eigen kinderen tot 10 jaar meegeteld.
  2. De gastouder vangt niet meer dan vijf kinderen tegelijk op, als deze kinderen allemaal jonger dan 4 jaar zijn. Dit is inclusief de eigen kinderen tot 4 jaar.
  3. Er mogen maximaal vier kinderen van 0 en 1 jaar tegelijk opgevangen worden, waarvan maximaal twee kinderen van 0 jaar. Dit is ook weer inclusief eigen kinderen van deze leeftijd.

 

Eisen aan de opvanglocatie:

  1. Als de gastouder kinderen tot anderhalf jaar opvangt, heeft deze een aparte slaapruimte voor deze kinderen. De grootte van deze slaapruimte is afgestemd op het aantal kinderen in die leeftijdscategorie.
  2. Er zijn binnen en buiten voldoende speelmogelijkheden, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
  3. De vraagouders en gastouders spreken samen af of het kind speelgoed van thuis meeneemt, of dat er vast speelgoed bij de gastouders aanwezig is en blijft.
  4. Voor optimale veiligheid zijn op de opvanglocatie voldoende goedwerkende rookmelders aanwezig. Deze zijn per verdieping in de hal, gang of het trapgat geplaatst. Dit geldt ook als de opvang in de woning van de vraagouders plaatsvindt.
  5. De locatie waar de kinderen worden opgevangen is altijd en volledig rookvrij. Vindt de opvang plaats in een woonhuis, dan is de hele woning rookvrij. Ook dit geldt als de kinderen in hun ouderlijk huis opgevangen worden. Als de opvang plaatsvindt in een apart gebouw naast het woonhuis, dan is dat gebouw altijd en volledig rookvrij.

De bovenstaande eisen zijn de wettelijk geldende eisen voor 2012. Indien hierin wijzigingen plaatsvinden, zullen deze in het pedagogisch beleidsplan opgenomen worden.

 

4.    De competenties van de gastouders

De competenties waaraan gastouders moeten voldoen zijn onderverdeeld in zes verschillende punten:

  1. Verzorgen van kinderen
  2. Begeleiden van het individuele kind
  3. Begeleiden van een groep kinderen
  4. Omgang met ouders/verzorgers en medewerkers van het gastouderbureau
  5. Plannen en organiseren
  6. Kwaliteitsgericht werken

 

4.1    Verzorgen van kinderen

De gastouder:

  1. is in staat om de lichamelijke zorgbehoefte per kind uit te voeren, zodat het kind volgens afspraak met ouders op verantwoorde wijze in een bepaald dagritme verzorgd wordt. Zoals beschreven in dit pedagogisch beleidsplan.
  2. is in staat volgens afspraak de lichamelijke verzorging zodanig samen met het kind op te pakken, dat zijn/haar zelfredzaamheid en zelfstandigheid gestimuleerd worden.
  3. is in staat de opvanglocatie hygiënische en veilig te houden.
  4. is in staat de kinderen veiligheid en geborgenheid te bieden.
  5. is in staat om overlappende overige activiteiten, zoals licht huishoudelijke activiteiten, te combineren met de verzorging van het kind.

 

4.2    Begeleiden van het individuele kind

De gastouder:

  1. is in staat om volgens afspraak de activiteiten zodanig op de persoonlijke(inter-)culturele behoeften van het kind af te stemmen, dat het kind zich gewaardeerd, veilig en geborgen voelt.
  2. is in staat volgens afspraak de kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. (zoals: kruipen, lopen, praten, denken, spel.
  3. kan, volgens afspraak, de persoonlijke vaardigheden in de verschillende ontwikkelingsgebieden, zoals beschreven in de Wet Kinderopvang, ondersteunen. De wet noemt vier opvoedingsdoelen, namelijk lichamelijk, cognitief, creatief en sociaal emotioneel.
  4. is in staat om met een voldoende Nederlandse taalvaardigheid kindgerichte gesprekstechnieken te hanteren, zodat het kind in zijn (taal)ontwikkelingsmogelijkheden gestimuleerd wordt.
  5. is in staat ontwikkelingsproblemen en signalen van kindermishandeling bij het kind te herkennen. Zij bespreekt deze met het gastouderbureau, zodat hiervoor een adequate oplossing gezocht kan worden.

 

4.3    Begeleiden van een groep kinderen

De gastouder:

  1. is in staat een positieve, geborgen en huiselijke sfeer te creëren.
  2. is in staat het kind te ondersteunen in de sociale omgang met andere kinderen.
  3. is in staat (eigen) grenzen te stellen, zodat een zekere mate van rust en regelmaat in de dag gehandhaafd blijft.
  4. is in staat de veiligheid in de groep te handhaven.
  5. is in staat gemotiveerd zorg en ontwikkelende activiteiten aan te bieden waaraan kinderen mee willen doen.

 

4.4    Omgang met ouders/verzorgers en medewerkers van het gastouderbureau

De gastouder:

  1. is in staat om op functionele en integere wijze verzorgingsafspraken te maken en na te komen.
  2. is in staat een professionele samenwerkingsrelatie met de ouders/verzorgers en medewerkers van het gastouderbureau op te bouwen en te handhaven.

 

4.5    Plannen en organiseren

De gastouder:

  1. is in staat alle zorg en activiteiten te organiseren en uit te voeren, zodat tegemoet wordt gekomen aan de persoonlijke behoeften van de kinderen en aan de afspraken met vraagouders.
  2. is in staat zodanige prioriteiten in de verschillende werkzaamheden te stellen, dat een goed evenwicht tussen de zorg en alle overige ondersteunende activiteiten gehandhaafd wordt.
  3. is in staat de activiteiten met de begeleidende instelling zodanig af te stemmen en te organiseren, dat een verantwoorde bedrijfsvoering gehandhaafd wordt.

 

4.6    Kwaliteitsgericht werken

De gastouder:

  1. is in staat mondeling en schriftelijk voldoende te communiceren. Zij kan instructies lezen en de opvangdag beschrijven.
  2. is op de hoogte van bronnen van relevante kennis, zoals instanties, internetsites, trainingsprogramma’s, naslagwerk, bibliotheek, apotheek, en EHBO.

5.    Tot slot

Pedagogisch beleid is nooit af. Als pedagogisch beleid eenmaal is ingevoerd is het niet klaar. Met dit het pedagogisch beleid willen wij de kwaliteit van onze kinderopvang voortdurend verbeteren. Daarom kan het per definitie nooit “klaar” zijn.

Wij zien pedagogisch beleid niet als een statisch geheel, maar als een levend en dynamisch plan. Het pedagogisch beleid is dan ook voortdurend in beweging. We zoeken namelijk steeds naar mogelijkheden om aanpassingen te doen en verbeteringen door te voeren. Elke opgedane ervaring en nieuwe kennis wordt gebruikt om het beleid verder te ontwikkelen en te optimaliseren, breder uit te werken en aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Onze ervaring leert dat een pedagogisch beleid voortdurend aandacht en onderhoud vergt.

5.1    Goedkeuring pedagogisch beleidsplan

Het pedagogisch beleidsplan wordt door de oudercommissie goedgekeurd binnen zes maanden na oprichting van het bureau. Het plan wordt vervolgens jaarlijks herzien en door de oudercommissie goedgekeurd.